
Ons bikepacking-rondje (een cirkel is het niet, eerder een ovaal) was bijna rond. Dit was alweer de derde en laatste etappe (klik hier voor de eerste, en hier voor de tweede dag) van ons Luxemburgs wieleravontuur. Aan het eind van de dag zouden er 107 kilometer en 2137 hoogtemeters op onze teller staan en waren we weer bij ons startpunt in Asselborn.
Na een goede nachtrust en een voedzaam ontbijt bestaande uit kwark, muesli en banaan stonden we om halfnegen al paraat naast onze reeds met tassen opgetuigde fietsen. We beseften goed dat deze omgeving vooral door de heuvels zo mooi was, en dat er wat steilere hellingen dan voorgaande dagen op het programma stonden. Bovendien was het de derde fietsdag al weer en waren de benen dus niet meer honderd procent fris. Gelukkig scheen de zon, bovendien keken we uit naar een van de hoogtepunten van deze fietsreis: Vianden. Goedgeluimd stapten we dus op.
We waren Beaufort nog niet uit of we mochten al heerlijk een heuvel af zoeven, waarbij we de plaatselijke kasteelruïne passeerden. Ik kon het niet laten in de remmen te knijpen om er een foto van te maken, maar daardoor kon ik geen snelheid meenemen toen de weg meteen weer omhoog liep. Op veel momenten heb ik tijdens onze trip een mentale foto gemaakt, maar dat is toch niet helemaal hetzelfde!

Vianden aan de Our
Nadat we een poosje door een afwisselend, glooiend landschap hadden gefietst, daalden we via een brede weg in een bosrijke omgeving af. Bij de schilderachtige aanblik van het stadje Vianden in de diepte, omgeven door bomen, met daar hoog bovenuit torenend het prachtige Chateau Vianden voelde ik voor de tweede keer de aandrang om een zalige afdaling te onderbreken om dit beeld vast te leggen. Mijn fietsmaatjes stoven lekker door en die zag ik al snel weer beneden in het in stadje, waar we stuiterend over hobbelige keitjes verder in afdaalden, om vervolgens neer te strijken op een terras aan de Our (niet te verwarren met de Ourthe, waar ik deze rivier in eerste instantie voor aanzag) voor het koffiemomentje van de dag.


Heel even had ik een déjà-vugevoel toen ik op de brug over de rivier stond en opkeek naar het kasteel. Het jaar ervoor had ik voor het eerst voet gezet in La Roche en Ardennen, en als je daar op de brug staat (over de Ourthe in plaats van de Our), kijk je op vergelijkbare wijze naar het kasteel daar. Ook de afdaling erheen lijkt een beetje op onze afdeling naar Vianden. Maar bij La Roche is alles wat ruwer, de huizen zijn grover, het kasteel is een stoer en gesloten ogende burcht in plaats van het verfijndere Romaans-Gotische kasteel vol ramen en torentjes in Vianden. Beide stadjes hebben echter hun charme en trekken veel toeristen.
Al snel ruilden we het stadje in voor een weg die langs de Our liep. Aan weerszijden daarvan rezen beboste hellingen op. Zodra we linksaf sloegen, was het dus klimmen geblazen. Precies opgemeten heb ik het niet, maar hier hadden we volgens mij te maken met een van de steilste stukken van ons bikepacking-rondje. Normaal gesproken stopten we, als dat al nodig was, alleen op het hoogste punt van de helling, maar bij wijze van concessie hijgden we hier even tussendoor uit. Het stomme met heuvels is dat het klimmen zelf best zwaar is af en toe, maar als je dan boven bent, voelt het zo goed dat het kleine leed snel weer vergeten is. Het uitzicht maakt elke klim over het algemeen dubbel en dwars waard, om het over de tweede beloning nog maar niet te hebben: de afdaling!
Het karakter van de Luxemburgse hellingen

Op internet had ik gelezen dat het hier qua klimmen in dit deel van Luxemburg een beetje vergelijkbaar is met Zuid-Limburg: goede wegen en korte steile stukken (nou ja, misschien iets langer dan in Nederland), dat werk. Op zich klopt dat wel, maar het grote verschil is inderdaad de lengte van de hellingen. Regelmatig waren die van een mooie lengte, maar waren de echt steile stukjes erin (afgezien van een) over het algemeen kort. Al met al heerlijk fietsen. De afdalingen verschilden ook nogal. Enkele waren behoorlijk steil, waardoor ze wat minder ontspannen te doen waren en veel van de remmen vergden. Andere waren heerlijk om te doen, met zalige bochten. Qua verkeersdrukte viel het heel erg mee. Ook medewielrenners kwamen we weinig tegen, al zal het feit dat we deze trip doordeweeks deden daar ook mee te maken hebben gehad.
Een teamauto van Trek

Op een gegeven moment zagen we tijdens het fietsen een opvallende auto in de verte staan. Eerst meenden we een politiewagen te zien, maar het bleek een auto van het wielrenteam Trek. Die stond er alvast voor de professionele Ronde van Luxemburg. Er stonden twee heren voor, die begonnen te klappen toen we langs fietsen. Natuurlijk konden we het niet laten ons voor deze auto te laten fotograferen. Na dit vrolijke intermezzo reden we verder door het zonovergoten landschap.
Na verloop van tijd werd het steeds bewolkter, maar het bleef gelukkig de hele dag droog. In het plaatsje Untereisenbach reden we op een kruising tegen een restaurantje aan. Inmiddels hadden we geleerd van goed getimede etensgelegenheden op onze route gebruik te maken, want veel dorpjes zijn zo klein dat er überhaupt geen horeca is.
Drielandenpunt
Inmiddels waren we zo vaak grenzen gepasseerd (Frankrijk, België, Duitsland) dat we af en toe niet meer wisten waar we precies waren, maar hier voelde het in elk geval erg Duits in deze ambiance. En we kregen grote, Duits aandoende, porties eten. Dit keer bestelden we een goed vullende pastamaaltijd met saus en veel groente. Uitstekend fietsvoer!
Toen we onze reis met goed gevulde buik vervolgden, kwamen we al snel langs het Drielandenpunt van Duitsland, België en Luxemburg. Op deze dag staken we meerdere malen de Our over, die op bepaalde stukken de grens tussen Luxemburg en Duitsland vormt.

Naarmate de rit vorderde, werd het weer steeds somberder en werden de heuvels minder steil. Alleen op het laatst, vlak voor Asselborn, ging het nog even flink op en neer. Dit waren van die heuvels die je op en af op het grote blad kon nemen omdat je je snelheid heuvelopwaarts kon meenemen en als je dan op het laatst op de pedalen ging staan, redde je het net.
De Vennbahn
Voor we bij de laatste heuvels waren, was er een vlakker tussenstuk waarop we over de voormalige spoorlijn de Vennbahn fietsten. Hier mogen alleen fietsers en wandelaars komen en het wegdek is gematigd steil (eerder vals plat). Hoewel mooi, vonden we het ook een tikje saai, na al het fraais dat we eerder hadden gezien.
Toch nog een lekke band

Op tien kilometer voor ons eindpunt reden we op een smal boerenweggetje bedekt met heel slecht asfalt. Opeens schokte het wel heel hard bij mij, en jawel hoor: onze eerste en laatste lekke band. In een mum van tijd hadden we die verwisseld, waarna we onze weg konden vervolgen. We roken de stal en stoven de hellingen op en af totdat we weer bij ons startpunt bij ons hotel in de watermolen van Asselborn aankwamen. Al met al hebben we ons kostelijk vermaakt deze drie dagen. Er was veel moois in dit aantrekkelijke stukje Europa om van te genieten, en het fietsen met lichte bepakking was ook prima te doen. Wat ons betreft voor herhaling vatbaar!
Onze route
Klik hier voor de precieze route. Dit deel had de minste kilometers, maar wel de meeste hoogtemeters.
